Op 3 september zou mijn zus jarig zijn geweest.

Ik had die dag al eerder een kaarsje bij haar foto aangestoken en er op social media iets over gedeeld. Haar geboortedag blijft een dag die onlosmakelijk met haar verbonden is.

Maar wat ik niet had verwacht, was wat er die dag verder zou gebeuren toen ik er bewust bij stil bleef staan.

Een brok in mijn keel

Ik ging die dag naar een netwerkbijeenkomst. Een plek waar ik fijne mensen ontmoet en waar ik mezelf kan zijn.

Op de vraag: “Hoe gaat het met je?” gaf ik een eerlijk antwoord.

“Vandaag roept ook iets van triestheid bij me op. Het is de geboortedag van mijn overleden zus.”

Terwijl ik het uitsprak, voelde ik een brok in mijn keel.

En ik voelde dat de tranen misschien zouden kunnen komen als ik ze de ruimte gaf.

Mijn eerste neiging was niet om te huilen. Die was om het tegen te houden.

Maar in plaats daarvan deed ik iets wat ik door mindfulness steeds beter heb leren kennen.

Ik vertraagde.

Ik merkte op wat er in mijn lichaam gebeurde. Ik gaf erkenning aan het verdriet dat ik voelde.

Niet: “Kom op, het is inmiddels al zo lang geleden.”

Niet: “Dit moet nu toch wel eens over zijn.”

En ook niet: “Ik moet hier niet zo zwaar aan tillen.”

Maar simpelweg:

Dit is wat er nu is.

En er was een hele goede reden dat het voelde zoals het voelde.

Het verdriet hoefde niet weg.

En juist door het niet weg te duwen, ontstond er iets van verzachting. Zonder dat ik in tranen uitbarstte. 

Een stuk appeltaart en een mooie herinnering

Later die dag at ik een stuk zelfgebakken appeltaart met notentopping bij de foto van mijn zus. Ik brandde een kaarsje.

Dat voelde eigenlijk helemaal passend bij haar.

José was gek op taart en bonbons en kon daar enorm van genieten.

Ik hoor haar nog op haar verjaardag zeggen:

“Marina, snijd jij de taart aan, dan ga ik de koffie inschenken.”

En terwijl ik druk bezig was met het aansnijden van het eerste stuk, keek ze over mijn schouder.

“Nou, die stukken mogen veel groter hoor. Dat ziet er zo zielig uit.”

Ik moet nog steeds lachen als ik eraan terugdenk.

José was in staat om een taart voor twaalf personen in zes stukken te snijden.

Ze was royaal. Als er iemand bij haar op bezoek kwam, mocht diegene nooit met een lege maag naar huis.

Een trekje dat ze van onze moeder had meegekregen.

Even was daar dat vrolijke gevoel. De herinnering. De glimlach.

En daarna kwam het verdriet weer terug.

Maar dit keer merkte ik dat er ook boosheid was.

En machteloosheid.

Het gevoel van toen ik, twee weken voor haar overlijden, hoorde dat er niets meer aan haar ziekte te doen was.

Het stemmetje dat me wil beschermen

En natuurlijk kwam ook mijn kritische stemmetje langs.

Waar ben je nu mee bezig?

Waarom rakel je dit allemaal weer op?

Wat heeft het voor zin?

Het maakt je verdrietig.

En straks blijf je ermee zitten.

Ik herken dat stemmetje inmiddels.

Het wil me beschermen. Het wil voorkomen dat ik pijn heb.

Heel goed bedoeld.

Maar niet altijd helpend.

Ook dat stemmetje hoefde ik niet weg te duwen.

Ik kon het opmerken en vervolgens weer terugkeren naar het hier en nu.

Naar wat ik werkelijk vanbinnen voelde.

In mijn lichaam.

Niet alleen naar wat mijn hoofd ervan vond.

 

Misschien was er toen simpelweg geen ruimte

Toen mijn zus op 20 januari 2020 overleed, zat ik midden in een rollercoaster.

Naast het regelen van haar begrafenis was er de zorg voor mijn vader van 90, die Alzheimer had en op de wachtlijst stond voor een verzorgingstehuis.

Voor hem was het overlijden van zijn dochter natuurlijk een onbegrijpelijke en tragische wending in zijn leven.

Daar kwam nog van alles bij.

En ondertussen had ik ook een drukke baan van 32 uur per week.

Als ik er nu op terugkijk, is het eigenlijk helemaal niet zo vreemd dat ik mijn rouw er destijds een beetje tussendoor heb gefrommeld.

Er was simpelweg weinig ruimte.

En als je eenmaal door een aantal hectische jaren heen bent gegaan, kun je dingen zo goed wegstoppen dat je je er op een gegeven moment niet eens meer bewust van bent dat er misschien iets is dat nog gezien wil worden.

 

De zolder op

Het mooie van mindfulness vind ik dat ik weet dat ik altijd weer die zolder op kan.

Niet om eindeloos in het verleden te graven.

Maar om nieuwsgierig te kijken of er nog iets ligt wat gezien wil worden.

Iets wat misschien al die tijd op me heeft gewacht.

Zonder oordeel.

Zonder dat ik vooraf hoef te weten wat ik ga tegenkomen.

Mijn Focusing-vaardigheden helpen me daar ook bij. Door nog preciezer te luisteren naar wat zich vanbinnen aandient en daar niet meteen een oordeel of oplossing aan te koppelen.

En juist door te vertragen kunnen er inzichten ontstaan.

Over mijn automatische patronen.

Over de manier waarop ik met rouw en verdriet omga.

En soms ook over waar die patronen vandaan komen.

Wat heb ik daarin meegekregen vanuit mijn eigen ouderlijk gezin?

Wat heb ik misschien onbewust overgenomen?

En past dat nog steeds bij mij?

Of kan het ook anders?

En dan komt er misschien vanzelf een volgende vraag:

Wat geef ik daarvan door aan mijn eigen kinderen?

Dat zijn vragen waar ik verder nieuwsgierig naar wil zijn.
 


Het hoeft niet weg

Misschien is dat wel wat mindfulness mij steeds opnieuw leert.

Dat ik niet alles wat ongemakkelijk of pijnlijk voelt, hoef weg te maken.

Dat ik niet meteen hoef te begrijpen waarom iets er is.

Dat ik kan vertragen.

Kan voelen.

Kan erkennen.

En nieuwsgierig kan onderzoeken wat zich aandient.

Ook als het verdriet is.

Ook als het ongemak is.

Ook als ik liever zou willen dat het anders was.

Het is nooit te laat voor innerlijk werk.

Er kunnen nieuwe inzichten ontstaan. Er kan iets veranderen. Niet doordat je jezelf forceert om anders te worden, maar doordat je bereid bent om met aandacht te kijken naar wat er werkelijk is.

Vertragen.

Erkennen wat er is.

Zonder oordeel onderzoeken wat zich aandient.

Misschien is dat geen weg om het verdriet achter je te laten.

Maar wel een weg om er anders mee om te gaan.

En soms ontdek je onderweg dat er naast het verdriet ook iets anders is.

Een herinnering.

Een glimlach.

Een stukje appeltaart.

En vooral: liefde die er nog steeds is.

Herken je iets van dit verhaal? Misschien is het voor jou ook een uitnodiging om eens te vertragen bij wat er vanbinnen leeft.